Het omzettingsproces
In juli 2019 is een wetsvoorstel tot omzetting van de CDSM-richtlijn in Nederland gepubliceerd. Het ging vergezeld van een openbare raadpleging van juli tot september 2019, die werd beantwoord door drie overkoepelende organisaties van bibliotheken, musea en archieven met een gezamenlijke indiening. Debatten in de twee kamers van het Nederlandse parlement volgden en de definitieve tekst werd in december 2021 door de Eerste Kamer aangenomen, vergezeld van een toelichting waarin interpretaties worden gegeven wanneer de wetgevingstekst niet duidelijk genoeg is. De bepalingen betreffende instellingen voor cultureel erfgoed zijn op 7 juni 2021 in werking getreden.
Instellingen voor cultureel erfgoed werden erkend als belanghebbenden in dit proces en kregen de gelegenheid om opmerkingen te maken over vertrouwelijke ontwerpen tijdens vergaderingen met zowel het ministerie van Justitie als het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Nadat het uitvoeringsproces was afgerond, startte het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een dialoog met belanghebbenden over werken die niet meer in de handel zijn, zoals voorgeschreven door de richtlijn. Deze dialoog is nog steeds aan de gang en binnenkort zal een andere over tekst- en datamining worden gestart.
Tekst- en datamining
De twee uitzonderingen op het auteursrecht voor tekst- en datamining in de CDSM-richtlijn maken het mogelijk om reproducties voor dit doel te maken zonder dat de rechthebbende onder bepaalde voorwaarden om toestemming hoeft te worden gevraagd. De omzetting in Nederlands recht heeft geleid tot wijzigingen in de Auteurswet, de Nabuurschapswet en de Databankenwet. De omzetting van beide uitzonderingen volgt in het algemeen de tekst van de richtlijn op de voet.
De eerste uitzondering stelt onderzoeksorganisaties en instellingen voor cultureel erfgoed in staat om elk type materiaal te ontginnen. De omzettingstekst bevatte geen voorwaarden voor het opslaan en bewaren van kopieën die in dit proces waren gemaakt. De tweede uitzondering voor tekst- en datamining maakt het mogelijk tekst en gegevens door iedereen te minen (niet beperkt tot onderzoeksorganisaties of instellingen voor cultureel erfgoed), zolang de eigenaar van de rechten deze rechten niet “uitdrukkelijk voorbehoudt”. Er werd geen indicatie gegeven over wat een “uitdrukkelijk voorbehoud” betekent of over de vraag of het specifiek tekst- en datamining moet vermelden. Geen van de uitzonderingen vereist het betalen van schadevergoeding aan rechthebbenden.
Behoud van cultureel erfgoed
Vóór de omzetting van de richtlijn voorzag het Nederlandse auteursrecht in een uitzondering op het auteursrecht op grond waarvan instellingen voor cultureel erfgoed en sommige onderwijsinstellingen zonder toestemming van de rechthebbenden kopieën van werken in hun collecties konden maken voor bewaringsdoeleinden. Dit omvatte het maken van zowel fysieke (voor werken die dreigen te vervallen) als digitale reproducties, zonder een maximumaantal kopieën.
De omzetting van de bewaringsuitzondering bracht verschillende wijzigingen met zich mee. Materialen die nu kunnen worden bewaard, omvatten ook databanken, maar onderwijsinstellingen zijn helaas niet langer begunstigden (hoewel archieven en bibliotheken van onderwijsinstellingen dat wel zijn). De voorwaarde van onmiddellijke dreiging van verval die fysieke kopieën rechtvaardigt, is niet langer van toepassing.
De uitzondering geldt alleen voor materialen die permanent in het bezit zijn van de collecties van de instelling voor cultureel erfgoed, begrepen als bijvoorbeeld “eigendom” of ontvangen in een lening voor onbepaalde tijd. Er is een bepaling toegevoegd dat een contractuele bepaling die een instelling voor cultureel erfgoed verbiedt kopieën te maken voor bewaringsdoeleinden, niet afdwingbaar is. Helaas kunnen technologische beschermingsmaatregelen de mogelijkheid om kopieën te maken voor bewaringsdoeleinden nog steeds blokkeren.
Digitale en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten
Het Nederlandse auteursrecht voorzag al in een uitzondering voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal voor onderwijsdoeleinden door onderwijsinstellingen, zonder toestemming te hoeven vragen. Dit was onderworpen aan een vergoeding (behalve voor het gebruik van databanken) en omvatte impliciet digitaal en online gebruik. Bij de omzetting van de richtlijn heeft de Nederlandse wetgever ervoor gekozen deze uitzondering te actualiseren in plaats van over te stappen op een licentiemodel.
Hierdoor kunnen onderwijsinstellingen nu gebruikmaken van auteursrechtelijk beschermd materiaal voor onderwijsdoeleinden, in hun gebouwen of elders (impliciet gemaakt), offline en online, onder meer via “veilige elektronische omgevingen” voor leerlingen, studenten en onderwijzend personeel. Dit kan ook grensoverschrijdend zijn en kan niet door contractuele maatregelen worden opgeheven.
De Nederlandse wetgever heeft ook voorwaarden gesteld, zoals de noodzaak om werken rechtmatig ter beschikking van het publiek te stellen en de noodzaak om morele rechten te eerbiedigen. Slechts een deel van een werk mag worden gebruikt, tenzij het gaat om een kort werk of een werk van beeldende of toegepaste kunst of een foto.
Werkzaamheden buiten de handel
Niet-commerciële werken bevinden zich in auteursrechtelijke werken in collecties van instellingen voor cultureel erfgoed die niet langer of nooit commercieel beschikbaar waren. In overeenstemming met de richtlijn voorziet het Nederlandse auteursrecht nu in een systeem op basis van een licentie en een uitzondering om instellingen voor cultureel erfgoed in staat te stellen werken uit de handel online beschikbaar te stellen. De tekst bevat geen definitie van werken die niet meer in de handel zijn dan de tekst van de richtlijn, maar de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan op dit gebied regulerende maatregelen nemen.
In overeenstemming met de richtlijn wordt in de Nederlandse tekst bepaald dat rechthebbenden kunnen afzien van het delen van hun werken in het kader van dit systeem, en wordt daaraan toegevoegd dat de betrokken instelling voor cultureel erfgoed een redelijke termijn moet krijgen om er gevolg aan te geven. Voor rechtmatig gebruik van het werk op grond van de uitzondering op het auteursrecht is geen vergoeding vereist.
Hoewel de lidstaten de mogelijkheid hadden om een nationale databank op te zetten om bekendheid te geven aan de werken die zij in het kader van dit systeem beschikbaar willen stellen, heeft de Nederlandse wetgever ervoor gekozen er geen op te richten, en instellingen voor cultureel erfgoed en organisaties voor collectief beheer (die verantwoordelijk zijn voor het delen van informatie wanneer het vergunningensysteem wordt gebruikt) kunnen rechtstreeks informatie delen met het EUIPO-portaal.
Er vinden dialogen plaats tussen het ministerie van Justitie, rechthebbenden en instellingen voor cultureel erfgoed over de vaststelling van perioden vóór welke alle werken standaard worden geacht niet meer in de handel te zijn, bijvoorbeeld 50 jaar voor boeken; en de mate waarin een collectieve beheerorganisatie voldoende representatief is en een licentie kan afgeven. Instellingen voor cultureel erfgoed voeren aan dat organisaties voor collectief beheer niet als voldoende representatief moeten worden beschouwd voor werken die nooit in commerciële circulatie waren, met inbegrip van niet-gepubliceerde werken.
Het publieke domein
De Nederlandse wetgever was van mening dat de bepaling over het publieke domein niet hoefde te worden omgezet, aangezien de Nederlandse wetgeving er al mee in overeenstemming was. In Nederland bestaan er geen naburige rechten voor niet-originele foto's of niet-originele digitale kopieën van werken van beeldende kunst in het publieke domein.
Meer informatie
U kunt meer lezen over de omzetting van de CDSM-richtlijn in Nederland in deze Communia-tracker en deze parlementaire webpagina met alle wetgevings- en parlementaire documenten.
Als u meer wilt weten over auteursrecht en digitaal cultureel erfgoed, kunt u lid worden van de Europeana Copyright Community en onze nieuwsserie CDSM Directive Pro lezen.
Dit bericht is gelicentieerd onder de voorwaarden van CC BY 4.0 en de juiste attributie is: Nationale Bibliotheek van Nederland/Annemarie Beunen.
